Colombiaanse zangeres Paola Marquez studeerde dit jaar af aan het Conservatorium te Gent. De voorbije jaren werkte ze in verschillende jazz, bossanova en latin formaties. Met de oprichting van Maguaré keert ze terug naar haar
Colombiaanse roots en legt hierbij de focus op cumbia en Afro-Colombiaanse ritmes.
De ritmesectie van Maguaré wordt gevormd door de percussionisten Jose Buc Chavez en Core
Pareja. Ze bespelen traditionele instrumenten
zoals de tambora, tambor alegre, llamador, maracas,... Aangevuld met een sectie van vijf blazers, contrabas, piano, orgel en accordeon brengt de groep een mix van Afro-Colombiaanse muziek in de stijl van Toto de La Momposina en 60s dancehall cumbia van Lucho Bermudez, Lito Barrientos.
Maguaré
De Huitotos, Sionas and Kofanes indianen uit het Colombiaanse amazonegebied tussen de Putamayo en Caquetá rivier, gebruiken de maguaré voor communicatie over lange afstanden.
Maguaré zijn drums gemaakt uit boomstammen die werden uitgehold en worden bespeeld met houten stokken. Afhankelijk van de snelheid en de intensiteit van de ‘drumbeats’ onderscheiden de indianen de verschillende oproepen van de naburige
stammen en encoderen ze verschillende boodschappen, gaande van emoties tot waarschuwing voor gevaar en andere praktische mededelingen.
Maguaré kunnen over een afstand van meerdere kilometers gehoord worden. Maguaré worden ook gebruikt om de stamleden in de ‘maloca’ (centrale huizen) te verzamelen voor ceremoniële dansen en andere rituelen.
Musicians:
Paola Marquez – Voice
Jose Pareja – percussion
Jose Búc Chavez – percussion
Daniel Pastene – clarinet
Jan Verstaen – Bariton Sax, percussion
Nathan Daems –Tenor Sax
Glen De Jonghe – trombone
Tom Vanleeuwen – trumpet
Jonas De Rave- organ, piano, accordeon
Matthias Debusschere – bass
Cumbia:
Cumbia is afgeleid van het Guinese woord ‘Cumbe’ en betekent ‘viering’. Cumbia is één van de meest representatieve ritmes en dansen uit Colombia.
Geografisch gezien liggen de roots van cumbia aan de Caribische kust van Colombia en Panama en gedurende het begin van de Spaanse
kolonisatie vooral in en rond de haven van
Cartagena. Via de havens importeerden de
Spanjaarden slaven vanuit West-Afrika en deze brachten hun muzikale tradities mee.
Oorspronkelijk werd cumbia enkel met percussie gespeeld. Door interactie van de Afrikaanse
slaven met Indiaanse bevolkingsgroepen zoals de Kogui en Kuna, werden in cumbia Milo en Gaita fluiten en güiros geïntroduceerd. Door de ‘fusie’ tussen Afrikanen en Indianen, ontstond de zogenaamde gaitero (traditionele cumbia muzikant). Onder invloed van de Spanjaarden werd later
accordeon en gitaar aan de muziekstijl toegevoegd.
Cumbia als dans ontstond oorspronkelijk als een verlovingsritueel. Bij de dans probeert de man de vrouw te verleiden, maar de vrouw wil hierbij niet al te gewillig zijn. Kenmerkend hierbij is de vrouw die speels met haar lange kleed zwaait, terwijl ze een kaars vasthoudt. De man danst achter de vrouw met één hand op de rug en met de andere hand zet hij zijn hoed op en af om de vrouw het hof te maken. Tot halfweg de 20ste eeuw
beschouwde het establishment cumbia als vulgair en enkel ‘geschikt’ voor de lagere klasse. In jaren 50 werd cumbia geïntroduceerd in de balzalen van de ‘high society’ door de orkesten van o.a. Lucho Bermudez, Lito Barrientos, … Dit betekende ook het begin van een wijdere
verspreiding van cumbia over het Latijns-Amerikaanse continent en het begin van fusies met andere muziekstijlen.
www.zephyrusmusic.be